U kunt alleen kwijtschelding vragen voor de definitieve aanslag inkomstenbelasting en/of de aanslag socialezekerheidspremies (AOW, Anw, Wlz).
Hebt u de aanslag of en deel ervan al betaald terwijl u daar eigenlijk de financiële ruimte niet voor had? Dan kunt u binnen drie maanden na uw laatste betaling nog om kwijtschelding vragen.  

Betalingscapaciteit
De Belastingdienst beoordeelt of u de belasting echt niet kunt betalen. Als u of uw partner vermogen heeft, kunt u geen kwijtschelding krijgen. Vermogen is de totale waarde van uw bezittingen min uw schulden. Het gaat bijvoorbeeld om het geld dat op uw bank- en spaarrekening staat, een eigen woning, en een auto die meer waard is dan € 2.269. Hebt u geen vermogen, dan onderzoekt de Belastingdienst uw betalingscapaciteit. Uw betalingscapaciteit is het bedrag dat u per jaar te besteden hebt. U kunt een proefberekening van uw betalingscapaciteit maken op de site van Belastingdienst.

Als uw draagkracht te groot is voor volledige kwijtschelding maar te klein om de hele aanslag te betalen, krijgt u gedeeltelijk kwijtschelding. U betaalt dan een jaar lang naar draagkracht. Schuld die na dat jaar nog over is, wordt kwijtgescholden.

Voorlopige teruggaaf te hoog
Een aanslag wordt niet kwijtgescholden als de voorlopige teruggaaf in verband met de heffingskortingen te hoog is geweest, of als de loonheffingskorting niet goed is toegepast. Maar, als u aannemelijk kunt maken dat u niet kan worden verweten dat dit is gebeurd, kunt u toch kwijtschelding krijgen.

Meer informatie over de kwijtschelding van belasting vindt u hier.

Kijk ook bij de informatie over kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Lees verder
1 ander vindt dit ook

Reageer op deze pagina