Loonheffing
Vanaf de maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt, houdt de uitkerende instantie of de werkgever bij de loonheffing geen AOW-premie meer in. U betaalt hierdoor een lager belastingtarief en houdt netto meer over. Toch kan het voorkomen dat u later belasting moet bijbetalen. Hoe komt dat?

De Sociale Verzekeringsbank houdt bij de uitbetaling van de AOW rekening met uw heffingskortingen. Omdat de AOW laag is, wordt er geen of weinig belasting op ingehouden. Als u naast de AOW nog ander inkomen heeft, zoals pensioen, een lijfrente-uitkering of loon, wordt ook daarop loonheffing ingehouden. Als daarbij ook heffingskorting is toegepast, betaalt u al snel te weinig belasting. Maar ook als er geen heffingskorting is toegepast kunt u te weinig belasting betalen, namelijk als u door uw tweede inkomen in een hogere belastingschijf komt. In deze situaties moet u na afloop van het jaar aangifte voor de inkomstenbelasting doen en belasting bijbetalen. 
Kijk voor meer informatie op de site van de Belastingdienst: U krijgt meer dan één uitkering.

Vermogen
Als u vermogen heeft, is een deel daarvan vrijgesteld van belasting. Dit is het heffingvrij vermogen. Tot en met 2015 gold voor ouderen soms een extra verhoging van het heffingvrij vermogen: de ouderentoeslag. Als u hiervoor in aanmerking kwam, betaalde u minder belasting over uw vermogen.
Wie kreeg in 2015 de ouderentoeslag?
◾Degene die op 31 december 2015 de AOW-leeftijd had, en
◾een inkomen uit werk en woning (box 1) had van maximaal € 20.075, en
◾op 1 januari 2015 een vermogen had van meer dan € 21.330 (of meer dan € 42.660 samen met een fiscale partner).

Let op! Het vervallen van de ouderentoeslag kan gevolgen hebben voor de voorlopige aanslag, toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen in 2016. Controleer daarom met de rekenhulp Afschaffen ouderentoeslag de gevolgen voor uw belastingen en toeslagen in 2016. 

Ouderenkorting
Wie op 31 december van het jaar van aangifte de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft recht op de ouderenkorting. Deze is inkomensafhankelijk: bij een lager inkomen hoort een hogere heffingskorting. Wie later in het jaar de AOW-leeftijd bereikt, heeft vanaf de eerstvolgende maand recht op de ouderenkorting, bij zes maanden 6/12 deel. Deze korting wordt alleen benut door aangifte inkomstenbelasting te doen. 

Alleenstaandeouderenkorting
De alleenstaandeouderenkorting komt bovenop de ouderenkorting. De Sociale Verzekeringsbank houdt er rekening mee bij de uitbetaling van AOW aan alleenstaande ouderen. Twee huwelijkspartners kunnen ook alleenstaandeouderenkorting krijgen als beiden een AOW-pensioen ontvangen, maar om medische redenen niet meer samenwonen. Bij de aangifte inkomstenbelasting kunnen beide vragen om toepassing van de alleenstaande ouderenkorting. Als deze situatie al vele jaren duurt, is kan tot maximaal vijf jaren terug de alleenstaandeouderenkorting nog worden aangevraagd.

 

 

 

 

Lees verder
1 ander vindt dit ook

Reageer op deze pagina